Herkenningspunten


(voor-)Loperschot

Na het schot zie je dat het beschoten ree licht tot sterk ineenkrimpt, afhankelijk hoe hoog het loperschot zit. Daarna vluchtig weglopen naar de dichtstbijzijnde dekking met een slingerende loper.

Daar zal het ree blijven staan en zekeren.

Op deze plaats vindt men meestal een wondbed met druppels zweet in de grootte van een euro tot een bierviltje. Dit hangt af van de zwaarte en hoogte van de verwonding aan de loper.

Daarna zal de reebok snel de zeer dichte dekking opzoeken zoals dichte braamstruiken en overwoekerde cultuuraanplant.

In het veld zal het ziek geschoten ree het hoge en dichte akkerbouwgewas zoals koolzaad intrekken.

Ik heb vaak gezien dat het ziek geschoten ree in hol bosbestand daar een wondbed opzoekt van waar uit deze een goed overzicht heeft om bij nadering van de jager of de zweethondengeleider snel het wondbed te kunnen verlaten.

Normaal gesproken raad ik de reebeheerder aan om de aanschotplaats nauwkeurig te onderzoeken en alles wat men daar aantreft, mee te nemen en thuis bij goed licht te onderzoeken en te beoordelen.

Anders kan het je gebeuren dat bij de nazoek de aanschotplaats door vossen, kraaien of ander roofwild is bezocht en is schoongemaakt.

Weidwondschot


Na het schot krimpt het ree vaak ineen en loopt met gekromde rug langzaam weg.
Vaak hangt pens of darmen uit de buik, meestal gaat het ree nog in het zicht van de reebeheerder met opgeheven kop neer.

Als het ziek geschoten ree het lukt de dichtbij zijnde dekking te bereiken zal het spoedig in een wondbed gaan. Bij een Weidwondschot komt het voor dat het ziek geschoten ree een vluchtafstand aflegt van 50 tot 300 meter. Afwachten en ziek laten worden.

Wanneer het ziek geschoten ree nog in het zicht van de reebeheerder is gaan liggen moet deze proberen om een vangschot te plaatsen. Zou dit wegens bijvoorbeeld hoge vegetatie niet mogelijk zijn, dan de rust bewaren en beslist niet het ziek geschoten ree nalopen.

Als een ree met een Weidwondschot ten minste twee tot vier uur rust wordt gegund, dan is het voor 80 tot 90% gestorven. Dergelijke nazoeken zijn trouwens ideale nazoeken voor een jonge nog onervaren zweethond.

Is de ziek geschoten reebok in het zicht gaan liggen, ga dan ook niet op de aanschotplaats lopen om deze niet de bezoedelen.
Mocht er toch nog met een zweethond worden nagezocht, dan zou daardoor een als eerder makkelijke nazoek toch nog bemoeilijkt worden.

Daarom: in zulke gevallen afwachten en ziek laten worden.

Krellschot

Na het schot zal het ree als door bliksem getroffen in elkaar zakken. Afhankelijk van hoe diep het krellschot zit, zal het getroffen ree van een tiental seconden tot een aantal minuten de aanschotplaats niet kunnen verlaten. Dit hangt af van de mate van verlamming van de rugwervel. Als het ree echter weer is opgestaan zal het steeds sneller worden en er alles aan doen om zo snel mogelijk de dichtstbijzijnde dekking te bereiken.
Als het de dekking heeft bereikt zal het zich net zo gedragen als bij een loperschot.( zal blijven staan en zekeren).

Altijd naschieten.

Als de mogelijkheid bestaat zal ook hier altijd geprobeerd moeten worden om een tweede schot te plaatsen. Zelfs dan als de aangeschoten reebok wegloopt en men deze alleen spits van achteren kan beschieten. Men moet het verloren wildbraad dan voor lief nemen. Beslissend is dan om het ziek geschoten ree zo vlug mogelijk dood te schieten.
Ik hoor bij een dergelijke nazoek vaak dat de schutter niet een tweede keer heeft geschoten omdat het blad niet meer vrijkwam en een schot op de andere lichaamsdelen niet weidelijk zou zijn. Deze jachtregel is natuurlijk alleen van toepassing bij het eerste schot.

Bij een vangschot op een ziek geschoten stuk gelden andere regels. De aanschotplaats kan nadat het ree deze heeft verlaten meteen worden onderzocht. Daar zal men meestal alleen wat snij haar en misschien een beetje zweet aantreffen. Met nazoeken zal men minstens vier uur moeten wachten. Dan zal men met één van de moeilijkste nazoeken kunnen beginnen. Meestal vindt men niet veel zweet omdat dit zich in de vacht op de rugzijde zal verzamelen en spaarzaam naar beneden zal druppelen.

Hierbij moet men gebruik maken van een zeer ervaren zweethond die ook kan hetzen.

En zelfs zo’n prof zal moeite moeten doen om een dergelijk moeilijke nazoek tot een succes af te maken. Omdat een dergelijke ziek geschoten ree vaak na uren nog zeer snel kan zijn, wordt van de zweethond een afsluitende hetze geëist.


Longschot

Bij een dergelijk schot kan het ree ter plekke neervallen of tot 150 meter vluchten.

De ervaren reebeheerder zal bij het wegvluchten van het ree niet zelden zien dat er achter het blad bij het in- en uitschot zweet verschijnt.

Op de aanschotplaats vindt men meestal helder rood zweet met kleine stukjes long.

Deze schottekens op de aanschotplaats bieden weer een goede mogelijkheid om een jonge onervaren zweethond op het wondspoor in te zetten en deze een succesvolle nazoek te laten maken.

Het aangeschoten ree is voor 99% dood, zodat niet op een hetze gerekend hoeft te worden.

Andere manieren van handelen.


Bij reewild kan men ook op een andere manier handelen. Als men er zeker van is dat het ree een loperschot heeft, hoeft men de aanschotplaats niet meer op te zoeken respectievelijk te onderzoeken.

Men kan dan beter de aanschotplaats goed markeren en de volgende ochtend of het vroegst na vier of vijf uur de aanschotplaats met zweethond onderzoeken.

De vroeger vaak gebruikte regel om bij loper-, kaak- of krellschot meteen de hond te slippen is verkeerd.

Ook het ziekgeschoten ree met een loperschot krijgt wondkoorts en een nazoek met een goed afgerichte en ingewerkte zweethond is na vier uur of de volgende morgen succesvoller dan het onmiddellijk na het schot laten slippen van de hond.

Nazoeken waarbij pas na 600 tot 800 meter een wondbed wordt gevonden, zijn bij het reewild al erg lang. Hier is zeker in de uren voor de aanvang van de nazoek met een zweethond wat anders gebeurd of iets anders aan de hand, (bijvoorbeeld een achterloperschot, vrij verloren zoek door de eigen hond enzovoort) Reewild die zonder succes zijn gehezt zijn vaak moeilijk of helemaal niet meer binnen te krijgen.